Het meetboek van Tienray anno 1630

 

In de eerste helft van de zeventiende eeuw werden er van de meeste dorpen uit onze omgeving meetboeken aangelegd. Voor het bepalen van de aanslag (grondbelasting) was een meting van de eigendommen van de diverse eigenaren immers noodzaak. We kunnen deze meetboeken zien als de voorloper van het kadaster. Jammer genoeg werden er bij deze meetboeken geen kaarten getekend, waardoor het moeilijk is om genoemde percelen te traceren. De opdracht voor de meting werd door het dorpsbestuur verstrekt aan een beëdigd landmeter. Bij de metingen in het veld werd hij vaak vergezeld door enkele dorpsbestuurders, die goed op de hoogte waren van de plaatselijke situatie. Alle percelen werden apart opgemeten. Bij het vaststellen van de hoogte van de belasting van een bepaald perceel was het van belang om ook de kwaliteit van de grond te kennen. In Tienray zien we belastingaanslagen van twee tot zes stuiver per morgen afhankelijk van de kwaliteit van de grond.

In 1630 is het land van Tienray opgemeten door de "geswooren landtmeeter" Leonardt Nabben uit Venray. Het bleek, dat de eigen inwoners in totaal 306 morgen in hun bezit hadden en de “buitenlui” 69 morgen. Totaal bedroeg dat 375 morgen. Dat is momenteel gelijk aan 112 hectare. Tienray had in 1823 voor gemeenschappelijk gebruik 188 hectare grond, dus in bijna twee eeuwen was er 76 hectare grond in cultuur gebracht.